2 Voorbeelden

Een meisje van 6 jaar zit 2 maanden in groep 3 van de basisschool.
Ze komt de laatste week steeds huilend thuis en wil niet meer naar school.
Na een gesprek met school blijkt dat de school een nieuwe vorm van onderwijs uit wil testen.
Met als doel om te kijken wat een kind instinctief al weet. Net zoiets als de zwemreflex van een pasgeborene. Onder andere krijgen de kinderen daarom moeilijke rekensommen van groep 5/6 op te lossen.
De ouders weten genoeg. Ze overwegen om hun kind naar een andere school te laten gaan.

U gaat met uw kind van 2 maanden oud naar het consultatiebureau voor zijn 1ste enting.
U hebt plichtsgetrouw gereageerd op de oproep om uw kind te laten enten, en bent er van overtuigd het juiste gedaan te hebben om uw kind te beschermen tegen een aantal ziekten.
Na de vaccinaties krijgt uw kind lichamelijke klachten en/of het slaappatroon veranderd en/of het huilt harder en vaker.

Wat hebben deze 2 voorbeelden met elkaar te maken?
Ogenschijnlijk niets.
Maar waar het om gaat, is dat beide kinderen iets te verwerken krijgen waar ze nog helemaal niet aan toe zijn.
We kunnen begrijpen dat moeilijke sommen in groep 3 te veel zijn.
Maar wat weten wij van de geneeskunde en vaccineren af? Op het CB en binnen het RIVM zijn er toch mensen voor die er voor geleerd hebben, die ons de weg wijzen, die we vertrouwen?

Wat gebeurt er in het lichaam van een kind als het in contact komt met een nieuw soort virus/bacterie ( een nieuw soort som?)

 

 

 
De amandelen zijn de eerste wachters van het lymfatisch systeem. Zij controleren wat er binnenkomt. Daarna komt een ziektekiem nog veel meer wachters tegen in de vorm van lymfeklieren in het spijsverteringskanaal (maag/darm/buikvlies, lever) en de luchtwegen. Dan zijn er nog de milt, de thymus en het beenmerg. Daarna komt de ziektekiem pas in het bloed terecht. Er worden witte bloedlichaampjes en antistoffen gemaakt, die de ziektekiemen aanpakken. Er ontstaat koorts, daardoor worden de witte bloedlichaampjes actiever en de ziektekiem slomer. Hoe hoger de koorts, hoe beter deze werking.
Het lichaam heeft dus de middelen om een onbekende ziektekiem te lijf te gaan. En het krijgt de tijd om langs een weg de afweer te mobiliseren.
We leren om de ‘som’ te maken. En als het lichaam dat eenmaal onder de knie heeft, dan vergeten we dat nooit meer.

 Wat gebeurt er als een kind wordt gevaccineerd
Een baby is gedurende het 1ste jaar bezig met de opbouw van zijn eigen cellulaire (algehele) afweer. Een baby van 2 maanden oud heeft dus nog een onervaren immuunsysteem en is daardoor erg kwetsbaar. Een baby krijgt eerst antistoffen van zijn moeder mee en gaat geleidelijk zijn eigen afweer opbouwen. De afweer die het kind van de moeder heeft meegekregen kan de lichaamsvreemde eiwitten en chemische verontreinigingen en toevoegingen van de vaccins vaak maar moeilijk verwerken. Het gevolg hiervan is dat er juist in die periode allerlei chronische klachten van verminderde algemene weerstand kunnen ontstaan. Het kind wordt ook door de vaccins gedwongen om zich met de specifieke afweer voor de gevaccineerde ziekten bezig te houden en heeft extra moeite om zijn eigen cellulaire ( algehele) afweer op te bouwen.

Via vaccinaties komen relatief grote hoeveelheden ziektekiemen tegelijk binnen, zij het verzwakt of dood. Er bestaat de neiging uit economische overwegingen steeds meer entingen tegelijk te geven. 5 of 6 tegelijk levert extra risico’s op. Je kunt op een natuurlijke wijze ook niet verschillende ziekten tegelijk oplopen.

De verzwakte ziektekiemen in een vaccin komen direct in het bloed, dus niet eerst langs alle wachters
Er zitten toevoegingen in het vaccin die meegespoten worden. Zoals bewaar en hulpstoffen, kwikverbindingen/formaldehyde/etc.
De hele procedure wordt nog eens een aantal keren herhaald met 1,2 en 6 maanden later.
Als het kind instinctief met koorts reageert op de vaccins dan wordt dat vaak nog onderdrukt met paracetamol o.i.d.

Misschien hebben deze 2 voorbeelden toch wat met elkaar te maken?

Lees meer………………. Metallothioneine